Mijn vader belt nooit over koetjes
Sinds ik het hem vertelde belt hij vaker. Alleen praten we nog steeds nergens over.
Mijn vader belt sinds twee jaar elke zondag, rond een uur of vier. Daarvoor belde hij nooit. Dat is de verandering, en het is een grotere verandering dan die ene avond aan tafel waar iedereen het altijd over heeft.
Hij vraagt naar de auto. Hij vraagt of ik de meterstanden heb doorgegeven. Hij heeft een keer twintig minuten over een lekkende dakgoot gepraat en ik heb alles onthouden wat hij zei, want het ging niet over de dakgoot.
Wat hij nooit vraagt is naar de man wiens stem hij op de achtergrond hoort. Hij weet dat hij er is. Hij weet hoe hij heet, want ik heb het gezegd, twee keer, duidelijk. Hij heeft het nooit herhaald.
Hij is niet stil omdat hij het erg vindt. Hij is stil omdat hij niet weet welk woord hij mag gebruiken.
Ik heb lang gedacht dat die stilte afwijzing was, en ik heb er een jaar boos over gedaan. Inmiddels denk ik dat het woordenschat is. Mijn vader is opgegroeid in een huis waar over vrijwel niets werd gesproken wat met gevoel te maken had, en hij heeft daar nooit alsnog les in gehad. Hij heeft één manier om te laten zien dat iemand belangrijk voor hem is, en die manier is bellen over een dakgoot.
Dat is niet genoeg, en het is ook niet niets. Mijn zus zegt dat ik te makkelijk ben. Zij heeft gelijk en ik doe het toch.
Vorige maand vroeg hij of we met kerst kwamen. Wij. Niet jij. Er ging geen gesprek aan vooraf en er kwam geen gesprek achteraan, hij zei het alsof hij het al jaren zo zei.
Ik heb er niets van gezegd, want als ik er iets van zeg wordt het een onderwerp, en als het een onderwerp wordt haakt hij af. Ik heb gewoon ja gezegd. Volgende zondag belt hij weer, waarschijnlijk over de winterbanden.
Timo Doeschot
Timo Doeschot schreef één gastcolumn voor In Andere Kringen, over de zondagse telefoontjes van zijn vader.
Alles van Timo Doeschot ›