Acceptatie op middelbare scholen stagneert
Het SCP ziet voor het eerst in tien jaar geen vooruitgang onder scholieren. Docenten missen vooral houvast bij het bespreken van seksuele diversiteit.

Voor het eerst in tien jaar ziet het Sociaal en Cultureel Planbureau geen vooruitgang in de acceptatie onder scholieren. In het tweejaarlijkse onderzoek geeft ruim een kwart van de leerlingen aan negatief te staan tegenover klasgenoten die uit de kast komen; dat aandeel is sinds de vorige meting nauwelijks veranderd. Onder een deel van de leerlingen nam de afkeer zelfs iets toe, al is dat verschil te klein om er harde conclusies aan te verbinden.
De stagnatie is opvallend omdat de cijfers jarenlang de andere kant op bewogen. Elke meting liet een kleine verbetering zien, waardoor beleidsmakers ervan uitgingen dat de acceptatie vanzelf zou blijven groeien. Die aanname houdt met dit rapport geen stand, en dat dwingt volgens de onderzoekers tot een kritische blik op wat er de afgelopen jaren gebeurde. De vanzelfsprekende verwachting dat elke generatie toleranter zou zijn dan de vorige, blijkt geen wet van de natuur.
Onderzoekers zien de grootste verschillen niet tussen regio's, maar tussen scholen. Waar het onderwerp structureel in de lessen terugkomt, liggen de cijfers merkbaar gunstiger dan op scholen waar het bij een enkele activiteit blijft. De omgeving van een leerling blijkt daarmee zwaarder te wegen dan zijn woonplaats. Twee scholen in dezelfde wijk kunnen daardoor sterk uiteenlopende cijfers laten zien, afhankelijk van hoe zij met het onderwerp omgaan.
Docenten zelf noemen vooral een gebrek aan houvast. Velen vinden het lastig om seksuele diversiteit ter sprake te brengen, uit angst voor onrust in de klas of voor reacties van ouders, en missen daarbij een duidelijke lijn vanuit de schoolleiding om op terug te vallen. Sommige docenten mijden het onderwerp daarom liever helemaal, uit vrees dat een verkeerd gekozen woord tot klachten leidt.
Ook zonder die steun blijft veel afhangen van een enkele betrokken leraar. Verdwijnt die van school, dan valt het onderwerp vaak stil, waarmee de aandacht ervoor kwetsbaar en toevallig wordt in plaats van vanzelfsprekend. Een vaste plek in het lesprogramma zou die afhankelijkheid van toevallige betrokkenheid moeten wegnemen.
Eén gastles per jaar verandert een schoolcultuur niet.
Volgens de onderzoekers verklaart dat waarom losse projecten zo weinig blijvend effect hebben. Een gastles of een themadag maakt het onderwerp kort zichtbaar, maar zonder herhaling verdwijnt het net zo snel weer uit beeld als het opdook.
De rol van sociale media komt in het rapport nadrukkelijk terug. Leerlingen krijgen online zowel steun als vijandigheid te zien, en die tweedeling maakt de sfeer in de klas volgens de onderzoekers minder voorspelbaar dan een aantal jaren geleden. Een opmerking die in de klas onschuldig lijkt, kan online snel uitvergroot worden, en andersom.
Wat het beeld verder compliceert, is dat leerlingen zich naar buiten toe vaak toleranter voordoen dan ze zich in de praktijk gedragen. De onderzoekers waarschuwen dat sociaal wenselijke antwoorden de werkelijke acceptatie zelfs nog rooskleuriger kunnen doen lijken dan ze is. De onderzoekers pleiten daarom voor meetmethodes die verder kijken dan wat leerlingen zelf durven op te schrijven.
Het SCP adviseert om seksuele diversiteit vast op te nemen in de lerarenopleidingen, zodat beginnende docenten er standaard mee leren omgaan. Dat zou het onderwerp minder afhankelijk maken van de toevallige durf van een individuele leraar.
Daarnaast pleiten de onderzoekers voor een vervolgmeting onder docenten zelf. Die moet duidelijk maken of het niet zozeer aan de wil ontbreekt, maar aan de middelen en de ruimte om het gesprek structureel te voeren.

