Wachttijd in de transgenderzorg loopt voor het eerst in jaren terug
De gemiddelde wachttijd voor een eerste gesprek daalde het afgelopen jaar met drie maanden. Nieuwe regionale poli's vangen een deel van de vraag op.

De wachttijd in de transgenderzorg loopt voor het eerst in jaren terug. De gemiddelde wachttijd voor een eerste gesprek daalde het afgelopen jaar met drie maanden, mede doordat nieuwe regionale poli's een deel van de vraag opvangen. Het is de eerste keer sinds het begin van de metingen dat de lijn de goede kant op wijst.
Uit de jaarlijkse wachttijdmonitor blijkt dat vooral die nieuwe poli's buiten de academische centra het verschil maken. Zij nemen inmiddels een kwart van de eerste gesprekken voor hun rekening, waardoor de druk op de grote centra afneemt. Die academische centra kunnen zich daardoor meer richten op de ingewikkelder gevallen.
De spreiding over meer locaties heeft nog een voordeel. Mensen hoeven minder ver te reizen voor een eerste afspraak, wat vooral scheelt voor wie buiten de Randstad woont en voorheen op een handvol centra was aangewezen. Kortere reistijden verlagen bovendien de drempel om überhaupt een eerste afspraak te maken.
De wachtlijsten liepen jarenlang op doordat de vraag sneller groeide dan de zorg kon meebewegen. Meer mensen weten de weg naar deze zorg te vinden, terwijl het aantal gespecialiseerde behandelaars maar langzaam toenam. Het opleiden van dat personeel kost jaren, waardoor de zorg de vraag structureel achterna bleef lopen.
Toch blijft de daling bescheiden in verhouding tot het probleem. De opgebouwde wachtlijsten zijn zo lang dat drie maanden korter wachten weliswaar merkbaar is, maar de kern van het knelpunt niet wegneemt. Voor wie al lang wacht, verandert er met een gemiddelde daling in de praktijk vaak nog weinig.
Belangenorganisaties noemen de daling dan ook voorzichtig goed nieuws. Zij wijzen erop dat de gemiddelde wachttijd nog altijd ruim boven de behandelnorm ligt, en dat achter dat gemiddelde grote verschillen per regio schuilgaan. In sommige delen van het land is de wachttijd nog altijd fors langer dan het landelijk gemiddelde.
Drie maanden korter wachten is winst, maar wachten blijft het woord.
Zorgverleners waarschuwen dat de winst kwetsbaar is. Een deel van de nieuwe capaciteit leunt op personeel dat lastig te vinden is, en bij uitval kan de wachttijd net zo snel weer oplopen als hij daalde. Eén vertrekkende specialist kan een regionale poli meteen weer op achterstand zetten.
Voor mensen op de wachtlijst betekent de vertraging meer dan alleen geduld. De onzekerheid over wanneer een eerste gesprek volgt, weegt volgens de organisaties zwaar en houdt andere beslissingen in het leven in de wacht. Studie, werk en relaties komen daardoor soms jarenlang in een soort tussenstand te staan.
Een deel van de zorg verschuift daarnaast naar de eigen omgeving, waar huisartsen een grotere rol krijgen in de begeleiding vooraf. Of dat de druk op de gespecialiseerde poli's blijvend verlicht, moet de komende jaren blijken. Niet elke huisarts voelt zich voldoende toegerust voor die rol, waarschuwen beroepsverenigingen.
De minister heeft toegezegd de capaciteit verder uit te breiden. Een volgende meting verschijnt in het voorjaar en moet uitwijzen of de daling doorzet of dat het bij een eenmalige verbetering blijft.

