Roze Filmdagen breiden uit naar drie steden
Het filmfestival draait volgend jaar behalve in Amsterdam ook in Rotterdam en Zwolle. De organisatie wil publiek bereiken dat nu niet naar de hoofdstad reist.

De Roze Filmdagen breiden uit naar drie steden. Het filmfestival draait volgend jaar behalve in Amsterdam ook in Rotterdam en Zwolle, om publiek te bereiken dat nu niet naar de hoofdstad reist.
De uitbreiding begint klein: in beide steden staat een lang weekend met een selectie uit het hoofdprogramma gepland. Lokale filmtheaters stellen hun zalen beschikbaar en programmeren zelf een randprogramma dat op de eigen stad is toegesneden. Zo krijgt elke stad een programma dat deels landelijk en deels lokaal van karakter is.
Met die opzet houdt het festival het risico beperkt. Een compact weekend is eenvoudiger te organiseren dan een volledig festival, en biedt tegelijk een eerlijke test of er in de nieuwe steden genoeg publiek op afkomt. Blijft het bezoek achter, dan kan het festival zich zonder grote verliezen terugtrekken.
Volgens de organisatie komt ruim tachtig procent van de huidige bezoekers uit de Randstad. Juist buiten die regio is een queerfilmprogramma zeldzaam, terwijl de vraag er volgens de deelnemende theaters wel degelijk is. Bezoekers reizen nu vaak ver of wachten tot een film online verschijnt, als dat al gebeurt.
De keuze voor Zwolle is in dat licht veelzeggend. Het festival wil nadrukkelijk ook buiten de grote steden aanwezig zijn, in een deel van het land waar zulke films zelden op het grote scherm te zien zijn. Voor het festival is dat juist een reden om er te willen zijn, en niet ondanks maar dankzij die schaarste.
Het festival vervult daarmee een rol die verder gaat dan vertoning alleen. Voor bezoekers uit kleinere plaatsen is het vaak een van de weinige gelegenheden om hun eigen verhalen in de bioscoop terug te zien, tussen een publiek dat hetzelfde zoekt. Die gedeelde ervaring in een volle zaal is volgens de organisatie iets wat streamen niet kan vervangen.
Een festival dat alleen in Amsterdam draait, vertelt maar de helft van het verhaal.
Voor de lokale filmtheaters is de samenwerking meer dan een gastoptreden. Zij zien het als kans om een nieuw publiek aan zich te binden en de banden met organisaties in de eigen stad aan te halen. Verschillende theaters zoeken daarvoor samenwerking met lokale verenigingen en horeca.
Het programma mikt op een brede mix van speelfilms, documentaires en kort werk, met makers uit binnen- en buitenland. De organisatie wil naast vertoningen ook nagesprekken en ontmoetingen aanbieden, zodat het festival meer wordt dan alleen film kijken. Rond de vertoningen komen ontmoetingen en gesprekken, zodat bezoekers elkaar ook buiten de zaal treffen.
Financieel blijft de uitbreiding een uitdaging, erkent de organisatie. Draaien op meerdere locaties kost meer, en het festival leunt daarbij op een mengeling van subsidie, kaartverkoop en de inzet van vrijwilligers. Zonder die vrijwilligers zou een uitbreiding naar meerdere steden financieel niet haalbaar zijn.
De edities in Rotterdam en Zwolle vallen samen met het hoofdfestival in maart. Bij voldoende bezoek volgt het jaar erna een volwaardig programma in beide steden.

