Mbo-scholen starten gezamenlijk netwerk voor gsa's
Veertien roc's bundelen hun gender- en seksualiteitsallianties in één landelijk netwerk. Studenten kunnen voortaan ook bij een andere school terecht.

Veertien roc's bundelen hun gender- en seksualiteitsallianties in een landelijk netwerk. Studenten kunnen voortaan ook bij een andere school terecht, en de aangesloten gsa's delen voortaan kennis, materiaal en ervaringen. Wat op de ene school goed werkt, hoeft een andere daardoor niet meer zelf uit te vinden.
Op het mbo bestaan gsa's al langer, maar ze werkten tot nu toe los van elkaar. Het nieuwe netwerk regelt gezamenlijke bijeenkomsten, een gedeeld lesaanbod en een jaarlijkse landelijke dag waarop de allianties elkaar ontmoeten. Die dag moet de losse groepen het gevoel geven deel uit te maken van iets groters dan hun eigen school.
Een gsa is doorgaans een groep studenten en docenten die zich inzet voor een veilige sfeer op school, ongeacht seksuele oriëntatie of genderidentiteit. In het voortgezet onderwijs zijn ze inmiddels gangbaar; op het mbo blijft het beeld wisselender. Op de ene locatie draait een actieve groep, op de andere bestaat er niets vergelijkbaars.
Initiatiefnemers wijzen erop dat de aandacht voor seksuele diversiteit in het mbo achterblijft bij het voortgezet onderwijs. Dat is opvallend, omdat studenten er gemiddeld ouder zijn en vaker al uit de kast, waardoor het onderwerp juist speelt. Studenten combineren school bovendien vaak met een baan of stage, waar zij opnieuw met vragen te maken krijgen.
De schaal van het mbo maakt het bovendien ingewikkeld. Roc's zijn vaak grote instellingen met tientallen opleidingen op meerdere locaties, waardoor een losse gsa gemakkelijk onzichtbaar blijft voor het grootste deel van de studenten. Een enkele poster of bijeenkomst bereikt daardoor maar een fractie van de duizenden studenten op zo'n instelling.
Daar komt bij dat mbo-studenten een groot deel van hun tijd op stage doorbrengen, in uiteenlopende werkomgevingen. Juist daar lopen zij tegen vragen aan die op school zelf minder zichtbaar zijn, en waarvoor een aanspreekpunt kan helpen. Op een leerbedrijf staan studenten er vaak alleen voor, zonder de veilige omgeving die school kan bieden.
Op je zeventiende opnieuw beginnen met uitleggen wie je bent — dat moet niet hoeven.
Door zich te bundelen willen de gsa's minder afhankelijk worden van een enkele gedreven docent of student. Zulke initiatieven vallen nu vaak stil zodra de trekker de school verlaat; een netwerk moet die kennis vasthouden. Zo blijft een gsa bestaan, ook als de oorspronkelijke oprichters zijn afgestudeerd.
De aansluiting bij een andere school biedt bovendien een uitweg voor studenten die op hun eigen locatie geen actieve gsa hebben. Zij kunnen zo toch aanhaken bij activiteiten in de buurt, ook als hun eigen roc nog niet zover is. Op die manier hoeft geen student te wachten tot de eigen school eindelijk een groep opricht.
De initiatiefnemers hopen dat het netwerk op termijn de norm verschuift, zodat een gsa er net zo vanzelfsprekend bij hoort als op veel middelbare scholen. Voorlopig blijft de deelname vrijwillig en verschilt de betrokkenheid per instelling.
Het netwerk start na de zomer met een gezamenlijke introductieweek. Scholen die nog geen gsa hebben, kunnen begeleiding krijgen bij het opzetten ervan, zodat het aantal aangesloten allianties de komende jaren kan groeien.

