Kleinere prides trekken samen op met een gedeeld draaiboek
Twaalf regionale prides gaan vergunningen, beveiliging en vrijwilligerswerving gezamenlijk organiseren. Dat moet de druk op kleine besturen verlichten.

Twaalf regionale prides gaan samen optrekken met een gedeeld draaiboek. Ze organiseren voortaan vergunningen, beveiliging en vrijwilligerswerving gezamenlijk, om de druk op kleine besturen te verlichten. Verschillende besturen gaven aan het anders niet vol te houden met de handvol vrijwilligers die zij hebben.
De samenwerking komt voort uit een reeks incidenten van vorig jaar, toen meerdere kleine optochten de extra beveiligingskosten niet konden dragen. Door gezamenlijk in te kopen dalen die kosten aanzienlijk, omdat een grotere opdracht nu eenmaal gunstiger uitpakt. Eén gezamenlijk contract met een beveiliger is bovendien makkelijker te regelen dan twaalf losse.
Kleine prides draaien vrijwel volledig op vrijwilligers, vaak een handvol mensen die alles naast een baan regelen. Eén onverwachte kostenpost of een afhakende sponsor kan zo'n editie in gevaar brengen, hoe goed het programma verder ook staat. Een enkele tegenvaller kan zo een jarenlange traditie in één klap doen sneuvelen.
De afgelopen jaren nam bovendien de aandacht voor veiligheid toe, na incidenten rond enkele optochten. Gemeenten stellen daardoor hogere eisen aan de beveiliging, wat voor kleine organisaties al snel onbetaalbaar dreigt te worden. Wat voor een groot stadsevenement een kleine post is, kan een dorpspride de kop kosten.
Het draaiboek bevat naast praktische afspraken ook een gezamenlijke lijn richting gemeenten. Zo hoeft niet elke organisatie het gesprek over veiligheid opnieuw te voeren, en kunnen besturen terugvallen op afspraken die elders al hun waarde bewezen. Zo hoeft niet elk klein bestuur het onderhandelen met de gemeente helemaal zelf te leren.
Ook voor de werving van vrijwilligers en de omgang met leveranciers biedt het draaiboek een vast stramien. Dat scheelt vooral tijd bij nieuwe organisaties, die anders elke stap vanaf nul moeten uitzoeken. Ervaren organisatoren fungeren daarbij als vraagbaak voor prides die net beginnen.
Elke pride opnieuw het wiel uitvinden — daar zijn vrijwilligers te schaars voor.
De samenwerking heeft nadrukkelijk grenzen. De twaalf prides houden hun eigen karakter en programma, want juist het lokale eigene maakt volgens de organisatoren het verschil met een groot stadsevenement. Een dorpspride heeft nu eenmaal een ander gezicht dan een botenparade in de hoofdstad.
Het gaat de deelnemers dus om de organisatie achter de schermen, niet om de vorm op straat. Het draaiboek regelt de sluitpost en de veiligheid, terwijl de invulling van de dag lokaal blijft. Zo blijven de feesten herkenbaar voor hun eigen publiek, ook al staat er landelijk een systeem achter.
De initiatiefnemers hopen dat de gedeelde aanpak kleine prides bestendiger maakt, zodat ze niet langer van jaar tot jaar hoeven af te wachten of het lukt. Continuïteit is volgens hen belangrijker dan groei. Liever een pride die elk jaar terugkeert dan een grote editie die het jaar daarop verdwijnt.
De eerste gezamenlijke editie van het draaiboek geldt vanaf komend seizoen. Bij succes staat het andere kleine prides vrij om zich aan te sluiten en gebruik te maken van dezelfde afspraken.

