Amsterdamse homo's vrijen onveilig
Een aanzienlijk deel van de Amsterdamse homoseksuelen vrijt nog altijd onveilig. Uit gegevens van het Monitoronderzoek Amsterdam 2004, uitgevoerd door de Schorer Stichting en de Universiteit van Maastricht, blijkt zelfs dat het aantal onveilige sekscontacten zorgwekkend is. Bovendien worden er in de hoofdstad te weinig preventieve hiv-activiteiten ontplooid. Volgens de onderzoekers moet "nog meer dan tot nu de risico's van onbeschermde anale seks worden benadrukt."
De resultaten van het onderzoek zijn overigens in veel opzichten gelijk aan het landelijk onderzoek in 2003. Daar bleek ook uit dat homoseksuele mannen zich onvoldoende beschermen tegen het hiv-virus. De meeste homoseksuele mannen zeggen altijd veilig te vrijen. Echter, van de homoseksuele mannen met losse sekspartners geeft 28 procent aan in de afgelopen zes maanden wel eens onveilig anale seks te hebben gehad. Een groot deel van deze mannen vindt echter dat ze veilig gedrag vertonen.
Voornamelijk bezoekers van darkrooms (38%) hebben onbeschermde anale seks. Ook hiv-positieve mannen nemen het niet zo nauw en doen het nog altijd zonder condoom. Bij niet-darkroombezoekers heeft 19 procent onbeschermde anale seks Meer dan de helft van de respondenten gebruikt wel eens libidoversterkende middelen bij seks. Hasj, viagra en xtc werden door 20 procent van de mannen gebruikt, 40 procent gebruikt nooit drugs tijdens seks. De Schorer Stichting vindt dat de Amsterdamse wethouder Belliot in 2005 veel meer geld beschikbaar moet stellen voor voorlichting. De onderzoekers pleiten ervoor het testen op hiv verder te stimuleren.
Aan het onderzoek werkten 482 homomannen mee die gebruik maken van de Amsterdamse homo-infrastructuur. De meerderheid was autochtoon en relatief hoog opgeleid. Van de homomannen die meewerkten, was 1 op de 5 hiv-positief. Daar komen in Amsterdam jaarlijks 200 homomannen met hiv bij.