|
Als
het over antioxidanten gaat, staan binnen
de medische wereld twee kampen recht tegenover
elkaar: in het ene (kleinste) kamp adviseren
artsen je antioxidanten per pil te slikken;
in het andere kamp is men daar mordicus
tegen. De pillen zouden op zijn best niks
doen en op zijn slechtst zelfs schadelijk
zijn. Wie heeft er gelijk?
Het is een onomstreden feit dat antioxidanten
ons tegen de verwoestende werking van
vrije radicalen beschermen (zie Antioxidanten
slikken ja of nee 2), en iedereen
is het erover eens dat het daarom slim
is om veel groenten en vruchten te eten.
Dat zijn namelijk de belangrijkste leveranciers
van antioxidanten. Een zich almaar uitbreidende
reeks bevolkingsonderzoeken laat zien
dat een hoge consumptie van groenten en
fruit samengaat met minder hart- en vaatziekte,
kanker en andere gezondheidsellende. Vermoedelijk
is dat mede te danken aan de antioxidanten
die je er gratis bij krijgt als je een
appel of een stronk broccoli verorbert.
Vermoedelijk, want groenten en fruit bevatten
naast antioxidanten nog tíg andere
stoffen die via andere wegen onze gezondheid
beschermen. Wie veel groente en fruit
consumeert krijgt het hele pakket aan
micronutriënten binnen, dus daarmee
is niet gezegd dat de gezondheidswinst
louter aan de antioxidanten te danken
is.
Over het algemeen zijn mensen die extra
antioxidanten innemen, gezonder dan mensen
die dat laten. Mááárrr,
zeggen de sceptici, dat komt omdat mensen
die geld uitgeven aan vitaminepillen meestal
bovengemiddeld gezond leven. Ze eten meer
groenten en fruit, roken minder of niet
en doen meer aan lichaamsbeweging. Kortom,
de betere gezondheid zou niet door de
pillen komen, maar door de gezonde levensstijl.
De enige manier om keihard te bewijzen
dat een pil met antioxidanten werkt, zeggen
de sceptici, is hem te testen zoals dat
ook met een medicijn gebeurt: laat een
grote groep mensen elke dag een pil met
antioxidanten slikken, geef een andere
groep een neppil mee naar huis en kijk
of er na verloop van tijd verschillen
in de gezondheidstoestand van de proefpersonen
ontstaan.
Inmiddels is er een aantal antioxidanten
op deze rigoreuze wijze getest. En wat
denk je? Door de tegengestelde uitkomsten
is de verwarring alleen maar toegenomen!
In een Franse studie kregen mannen die
antioxidanten slikten bijvoorbeeld beduidend
minder vaak kanker. Maar bij vrouwen deed
dezelfde pil niets en leek het er zelfs
op dat zij een groter risico op huidkanker
hadden. In een ander onderzoek bleek bètacaroteen
geen effect te hebben en bij een subgroep
van ex-rokers ook de kans op kanker te
vergroten.
Uiteraard werden deze negatieve studieresultaten
breed in de media uitgemeten (zie
Antioxidanten slikken ja of nee 1),
hoewel in al deze studies later fouten
zijn ontdekt die de negatieve resultaten
relativeren (en daar lees je dan nooit
iets over).
Wat is er aan de hand? Volgens een groeiende
groep wetenschappers is het oneerlijk
en zinloos om een voedingssupplement te
testen alsof het een medicijn is. Een
geneesmiddel heeft slechts één
enkel effect. Meestal dwarsboomt het een
enzym, wat leidt tot een snel, specifiek
en duidelijk gevolg. Laat een groep proefpersonen
zon medicijn slikken en je krijgt
al snel een duidelijk meetbaar effect.
Met een voedingsstof zit het totaal anders.
In de eerste plaats heeft een micronutriënt
een breed scala aan effecten in het lichaam;
in de tweede plaats werkt een micronutriënt
altijd samen met een reeks andere micronutriënten.
Door elke dag een hoge dosering van een
enkele voedingstof in te nemen, creëer
je een disbalans daarom adviseren
experts ook altijd pillen met uitgekiende
combis van vitaminen en mineralen.
In de derde plaats heeft een voedingsstof
in tegenstelling tot een medicijn een
subtiel effect dat zich over een heel
mensenleven uitstrekt.
Levensbedreigende kwalen als hart- en
vaatziekte en kanker ontwikkelen zich
vaak over jaren, decennia soms. Het kan
dertig jaar duren voordat een kankercel
uitgroeit tot een dodelijke tumor; of
die ene kankercel daartoe de kans krijgt,
hangt onder meer af van het feit of de
eigenaar een leven lang voldoende antioxidanten
binnenkrijgt. De meeste studies met proefpersonen
duren slechts vijf jaar en worden uitgevoerd
met mensen die al ouder zijn. Soms gaat
het om proefpersonen die kanker of een
andere ziekte hebben of hebben gehad.
Deze mensen een paar jaar lang een supplement
met antioxidanten geven en concluderen
dat het niet helpt, is zoiets als een
emmer water gooien naar een huis dat in
lichterlaaie staat en dan roepen dat je
vuur niet met water kunt blussen.
Nu wordt ook duidelijk waarom proeven
met dieren betere resultaten geven dan
bij proefpersonen: ratten, muizen en hamsters
in het laboratorium krijgen de antioxidanten
meestal hun hele leven gevoerd en niet
gedurende een korte periode...
De Houdbare Man trekt de volgende praktische
lessen uit al het gekrakeel rondom antioxidanten:
- Zorg dat je zoveel mogelijk antixodanten
en andere micronutriënten binnenkrijgt
via gezonde voeding. Eet dus dagelijks
veel groenten en vruchten
in alle mogelijke kleuren.
- Slik antioxidanten altijd in combinatie
met andere micronutriënten.
- Als je onder behandeling van een arts
staat, slik dan antioxidanten in overleg
met hem of haar.
- Overschrijdt niet de 'safe upper limits',
de veilige bovengrenzen die voor elke
voedingstof is vastgesteld.
- Begin op een zo jong mogelijke leeftijd
met het slikken en houdt dit de rest
van je leven vol.
- Verwacht geen snelle wonderen van antioxidanten,
het zijn geen geneesmiddelen
maar middelen die subtiele bescherming
op de lange termijn bieden.
|